Algemeen Staff Stories - mechanieker Martijn Van Schaijk: "Vorige winter bouwden we 300 fietsen"

Achter elke renner staat een minstens even sterk team. In onze reeks 'Staff Stories' stellen we ze graag aan jullie voor, de mensen die er elke dag voor zorgen dat Lotto Dstny een goed geoliede machine is. Vandaag: mecanicien Martijn Van Schaijk (36).
Algemeen 14 juni 2024
 

"Toen Lotto Dstny vorig jaar met Orbea in zee ging, bouwden we die winter 300 nieuwe fietsen. Een enorme klus. We hebben alles veranderd: de wielen, de kaders… Gigantisch veel werk om het nieuwe seizoen mee in te zetten." Om maar te zeggen: er gingen al véél fietsen door de handen van Martijn Van Schaijk. Martijn is al vier jaar mecanicien bij Lotto Dstny en voert die job met hart en ziel uit.

"Ik was eigenlijk altijd zelf wielrenner. Tot ik op mijn 18de noodgedwongen moest stoppen toen een hartziekte aan het licht kwam. Via via kon ik in de koers blijven: in 2008 begon ik als mechanieker bij Rabobank. Ik bleef er tot 2015. Halverwege dat seizoen ben ik naar Dimension Data verhuisd, waar ik tot 2019 bleef. Het wielrennen is een kleine wereld en al een tijdje trok het Lotto-management van destijds aan mijn mouw om voor hen te komen werken. En zo ben ik vier jaar geleden bij de ploeg beland."

Martijn is steevast bij het krieken van de dag al aan het werk. "Zijn we op koers, dan start onze dag altijd met het controleren van de fietsen. We pompen de banden nog eens op, laden de wagens in, we zetten fietsen en reservefietsen op de auto, nemen reservewielen mee… Net voor de start checken we de laatste details. We kleven de stickers met het voedingsschema van de renner in kwestie op hun stuurpen, soms heeft een ketting nog wat olie nodig… Dat soort dingen. Tijdens de wedstrijd zelf zit ik achteraan in de wagen van de sportdirecteur om kleine ongemakken op te lossen indien dat nodig is."

Ook na de finish stopt het werk niet. Vaak is er na de meet nog twee uur werk voor de boeg. "Fietsen moeten gewassen en opnieuw nagekeken worden en soms moet er op vraag van de renners nog iets aangepast worden, bijvoorbeeld als er een bergrit op het programma staat. Komen we na de koers aan in het hotel, dan hebben we nog ongeveer twee, tweeënhalf uur werk als alles mee zit."

"Ik ben ongeveer 160 dagen weg van huis, maar ook in de winter ligt er vaak werk op de plank. Sinds vorig jaar hebben we dus die nieuwe fietssponsor en dat was een enorm werk. Ik heb altijd al een passie voor materiaal en innovatie gehad. Ik denk graag mee over de marginal gains. Zo kunnen wij als mecanicien ook wel een beetje het verschil maken. Het is uiteraard de renner die het moet doen, maar ons werk heeft toch een invloed."

Niet dat Martijn dat erg vindt. "Als een renners 110 procent van zichzelf vraagt, dan mogen ze dat ook van mij vragen. Bovendien is geen enkele dag dezelfde en dat vind ik het allermooiste aan deze job. We komen elke dag op een andere plek en vallen van de ene herinnering in de andere. Ik deed al wereldkampioenschappen, Olympische Spelen, ik was er bij toen Arnaud De Lie in Canada won. Ik deed alle koersen waar ik ooit van droomde en hoop dat daar de komende jaren nog veel nieuwe herinneringen bij komen."

 

Foto: Facepeeters